Zaterdagochtend 09.30 uur, een mooie zaterdagmorgen, lichte douw over het veld en aan alles voel je dat dit een mooie voetbaldag belooft te worden. Johan loopt langs de kantine en werpt een vlugge blik naar binnen. Het valt hem op dat het wel erg donker binnen is en loopt verder richting de kleedkamers. Bij de kleedkamer aangekomen staan zijn teamgenoten rondom de deur en Ali vertelt dat de kleedkamer nog op slot zit. Normaal is Stephan er altijd al en is alles verzorgt, de kleding staat in de kleedkamer, de ballen zijn opgepompt, de waterzak en bidons zijn gevuld maar Stephan is in geen velden of wegen te bekennen vandaag.
Na 10 minuten bellen komt Rick met het idee dat zijn vader een sleutel heeft en oppert om deze te halen zodat ze zich toch om kunnen kleden. Ondertussen was de tegenstander ook al gearriveerd en vroeg de leider van het team of er ook iemand was om hun te ontvangen. Ali gaf aan dat Stephan dat altijd doet, maar dat hij er nog niet is en dat er iemand op weg is om een sleutel te halen.

Hijgend komt Rick eraan gerend met de sleutel en maakt de kleedkamers los, de teams gaan hun kleedhok in en merken gelijk op dat hij nog best vies is. Soms ligt er nog wel eens wat gras of zand op de grond, maar nu ligt er een compleet grasveld en overal liggen lege verpakkingen van sportdranken en energierepen. Tussen alle bende die er in de kleedkamer ligt is er geen kleding, zijn er geen ballen, is er geen waterzak en ook geen bidons. Joep merkt op dat het zo wel lastig voetballen wordt en loopt samen met Ali naar buiten om te kijken of ze iemand kunnen vinden die hun misschien kan helpen. Na 2 rondjes om de kantine te zijn gelopen kwamen ze terug in de kleedkamer zonder resultaat en bedachten de mannen dat het toch wel opmerkelijk was dat er niemand op het sportpark was.
Joep en Rick besluiten om nog een keer buiten te kijken en lopen langs alle rood geverfde deuren. Joep weet nog hoe mooi rood deze deuren waren een paar jaar terug, mooi strak geverfd door vrijwilligers die hun beschikbare tijd staken in het verzorgen en onderhouden van hun ‘cluppie’, maar de afgelopen jaren viel het wel op dat er steeds meer dezelfde mensen op de club waren die hun armen uit de mouwen staken en het verval werd op dit soort momenten steeds zichtbaarder.
Gelukkig hadden ze voor jaren terug bordjes boven de deuren gehangen met daarop het nut van de ruimte achter de deur. Zo liepen ze voorbij scheidsrechterkleedkamer 1 & 2, het ketelhok, het krijthok en uiteindelijk stonden ze voor een deur waarboven een bordje hing dat dit het ballenhok moest zijn. Gewapend met de sleutel van Rick openden ze de deur en met wat trekkracht kwam de deur los uit het te strak zittende kozijn. De jongens vonden al snel het licht en konden zodoende opzoek naar hun ballenkar, die stond gelukkig vooraan en hoewel hier vroeger een bal in zat voor iedere speler uit het team was de inhoud nu geslonken tot 5 ballen. Alhoewel, toen Tobias vorige week de bal op de training vol overtuiging op de kruising schoot scheurde het leer en kwam de binnenbal via de stiknaad naar buiten, dus eigenlijk waren het er nog maar 4.
Met de ballen onder hun arm zetten Joep en Rick hun zoektocht door en kwamen ze bij de volgende deur waarboven hing washok. Hier had Ali wel eens iemand gezien die vieze kleding in de wasmachine deed dus leek het hem logisch om hierin te kijken voor wedstrijdkleding. Ook deze deur ging met de nodige moeite open en bij het op een kier staan van de deur kwam er een zure penetrante lucht naar buiten. Joep en Rick deinsden achteruit alsof de zure penetrante lucht ze een duw gaf en na een paar schone teugen met schone lucht opende ze de deur verder. In dit hok waar ooit per team enkel een uit- en thuistenue netjes opgevouwen kleding lag, soms zelfs op nummer omdat er een vrijwilliger de was op had gevouwen, lag er nu een hoop vieze gescheurde kledingstukken op een hoop voor wat ooit een wasmachine had moeten zijn. De jongens keken elkaar aan en met al hun goede moed visten ze, tussen de berg stinkende kleding, er een paar kledingstukken uit die wat betreft de maat en de kleur bij elkaar matchen. Hiermee aangekomen en met nog bleke gezichten van de geur liepen ze de kleedkamer in en met schrik op de gezichten van de jongens die nog in de kleedkamer zaten vertelde ze hun bevindingen.
Terwijl de jongens zich aankleedden merkte Marcel nog op dat het eigenlijk best zonde is dat hun mooie club er nu zo aan toe is, terwijl ze voor jaren terug nog zo mooi alles voor elkaar hadden:
– We hadden altijd groene velden met mooie, strakke, verse en witte gekalkte lijnen.
– De was die was altijd schoon en netjes opgevouwen.
– Er waren altijd genoeg ballen, waarbij we zelfs om een nieuwe bal konden vragen als we stiekem te lui waren om te zoeken of naar 2 minuten zoeken alweer stopten met zoeken en zeiden dat we hem echt niet kon vinden.
– De kleedkamers waren iedere week netjes en schoongemaakt.
– En na afloop konden we altijd een lekker koud flesje AA drink kopen als we dorst hadden na een inspanning op het veld.

Terwijl de jongens de kleedkamer uitliepen en elkaar een beetje raar aankeken, om de verschillende soorten en maten shirts en broekjes dat ze aan hadden, was de zon al wat hoger aan de horizon gaan staan en had het de douw van het hoofdveld verdreven. Met moeite konden ze de zijlijn vinden in het hoge gras en terwijl Ali de bal het veld opschiet struikelt Johan over het gras, wat met zijn boerenkennis toch snel 3 kontjes hoog is. Ali probeert de bal nogmaals een trap te geven met de intentie deze naar Marcel te spelen maar na 3,5 meter neemt de vaart snel af door het te hoge gras.
De tegenstander komt ondertussen ook het veld op lopen en de leider vraagt wie de scheidsrechter van vandaag is. Normaal vervult Stephan deze rol maar hij is in nog geen velden of wegen te bekennen. De wedstrijd staat op het punt te beginnen en dus oppert de leider van de tegenstander dat hij dan wel zal fluiten en met wat coördinatie worden er ergens 2 doeltjes vandaag getoverd waar ooit een net in heeft gezeten maar nu niet meer lijkt dan een metalen rechthoek waar het verband al jaren geleden uit vertrokken is.

Uiteraard kan ik zo de wedstrijd nog beschrijven en het trieste verlies wat het team lijdt. Of hoe de jongens graag de kantine nog even in wilde voor een koud flesje AA, maar u begrijpt dat deze gesloten is door het wegblijven van vrijwilligers.

Als we nu als lid, familielid, broertje, zusje, opa, oma, fanatiek aanhanger of zelfs als toeschouwer allemaal een paar uurtjes in de maand of soms zelfs al een paar uurtjes in het jaar ons inzetten voor deze mooie vereniging, dan kan onze volgende generatie en de generatie daarna, blijven genieten van deze mooie en unieke club in de regio. Er is voor iedereen een taak, ongeacht het tijdstip of de capaciteit. Als we nu met z’n allen dat klein beetje vrijwilliger in onszelf vrij laten en ten goede laten komen aan onze mooie club, dan sterven de enkele vrijwilligers die we nu nog hebben niet uit en kunnen we deze mensen als club herdenken voor de bewezen diensten. Dan kunnen we met ons allen een beetje van onszelf in de club laten voortleven.

Een VV de Blessespeler met een hart voor de club